VZW en fiscaliteit

1. algemeen
Op het vlak van belastingen heeft de vzw meestal te maken met:

Directe belastingen

  • op het vlak van de rechtspersonenbelasting (R.P.B.) of de vennootschapbelasting (Ven.B.) :


Indirecte belastingen

  • BTW
  • Jaarlijkse taks op de vzw's


In sommige gevallen kunnen vzw's ook nog geconfronteerd worden met taksen op drankslijterijen, belastingen op spelen en weddenschappen, enz...
Het zijn voornamelijk de taksen inzake inkomstenbelastingen, BTW en jaarlijkse taks op de vzw's die wij hier zullen bespreken.

2. inkomstenbelasting

In principe vermeldt art. 220, 3° W.I.B. '92 wie aan de rechtspersonenbelasting onderworpen is:
"de rechtspersonen die in België hun maatschappelijke zetel, hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of beheer hebben en die geen onderneming exploiteren of zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, of ingevolge art. 181 en 182 W.I.B. '92 niet aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen."

Bovenstaande bepaling in het wetboek van Inkomstenbelastingen (W.I.B. '92) stelt m.a.w. dat vzw's die zich beperken tot de activiteiten vermeld in hun statutair weergegeven maatschappelijke doelstelling in principe niet geacht worden zich bezig te houden met een 'exploitatie' of 'activiteiten van winstgevende aard'. Dit geldt ook als zij vallen onder de artikelen 181 en 182 W.I.B. '92. Bijgevolg kan gesteld worden dat zij onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting.

artikel 181 W.I.B. '92 vermeldt:
"Aan de vennootschapsbelasting zijn niet onderworpen de verenigingen zonder winstoogmerk en andere rechtspersonen die geen winstoogmerk nastreven en
a) uitsluitend of hoofdzakelijk het bestuderen, het beschermen en het bevorderen van de professionele belangen van hun leden op het oog hebben (art. 181, 1°, W.I.B. '92);
b) het verlengstuk of de emanatie zijn van rechtspersonen vermeld onder 1°, wanneer ze uitsluitend of hoofdzakelijk tot doel hebben het vervullen, in naam en voor rekening van hun aangeslotenen, van alle of van een deel van de verplichtingen of formaliteiten die aan die aangeslotenen zijn opgelegd wegens het feit dat zij personeel tewerkstellen of ter uitvoering van de fiscale of sociale wetgeving, of het helpen van hun aangeslotenen bij het vervullen van die verplichtingen of formaliteiten (art. 181, 2°, W.I.B. '92);
c) ter uitvoering van de sociale wetgeving belast zijn met het innen, centraliseren, kapitaliseren en verdelen van de fondsen bestemd voor de toekenning van de voordelen bepaald in de wetgeving (art. 181, 3°, W.I.B. '92)
d) uitsluitend of hoofdzakelijk het verstrekken of het steunen van onderwijs tot doel hebben (art. 181, 4°, W.I.B. '92);
e) uitsluitend of hoofdzakelijk het organiseren van handelsbeurzen of tentoonstellingen tot doel hebben (art. 181, 5°, W.I.B. '92);
f) door de bevoegde organen van de Gemeenschappen als dienst voor gezins- en bejaardenhulp zijn erkend (art. 181, 6°, W.I.B. '92);
g) erkend zijn voor de toepassing van art. 104, 3°, b, d, e en h, en 4° W.I.B. '92 of erkend zouden zijn indien ze daartoe een aanvraag indienden of omdat ze aan alle voorwaarden voldoen waaraan de erkenning is onderworpen behoudens die welke erin bestaat de bedrijvigheid op nationaal vlak te ontwikkelen of een invloedssfeer te hebben die één van de Gemeenschappen of het hele land bestrijkt, naar het geval (art. 181, 7°W.I.B 92)".

artikel 182 vermeldt:
"Worden niet als verrichtingen van winstgevende aard aangemerkt: alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen (art. 182, 1°, W.I.B. '92), verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht, verrichtingen die bestaan in een bedrijvigheid die slechts bijkomstig op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen betrekking heeft of niet volgens nijverheids- of handelsmethoden wordt uitgevoerd (art. 182, 3°, W.I.B.'92)"
Deze in art. 182, W.I.B. '92 bedoelde vzw's zijn in principe dus ook aan de rechtspersonenbelasting onderworpen.

enkele bedenkingen inzake art. 181 W.I.B. '92

  • Inzake het begrip "uitsluitend of hoofdzakelijk" stelt de administratie dat voor een bepaald activiteitenjaar moet rekening gehouden worden met de verhouding tussen enerzijds het totaal gevormd door de ontvangen bijdragen, giften en subsidies en brutowinsten of baten voortkomend uit de verrichtingen van winstgevende aard die tot de sociale doelstelling behoren en de opbrengst van de belegde fondsen en anderzijds de brutowinsten en -baten die voortkomen uit verrichtingen van winstgevende aard die vallen buiten de sociale doelstelling.
  • Houdt een vzw zich in hoofdzaak bezig met verrichtingen van winstgevende aard die vallen buiten het maatschappelijk doel van de vereniging, dan is deze vzw wel degelijk aan de vennootschapsbelasting onderworpen.

enkele bedenkingen inzake art. 182 W.I.B. '92

  • De vermelding "alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen" is o.i. een vreemde uitdrukking. Wij zijn van oordeel dat een alleenstaand feit altijd als uitzonderlijk kan beschouwd worden.
  • De administratie stelt dat met de term "uitzonderlijke of alleenstaande verrichtingen" bedoeld wordt "Die activiteiten of verrichtingen waarvan niet kan gezegd worden dat ze zo vaak worden herhaald dat ze een "bezigheid' vormen". Hieraan voegt de administratie toe dat deze "bezigheden" per belastbaar tijdperk moeten bekeken worden. Deze bepaling wekt evenwel verwondering op als zij wordt vergeleken met art. 182, 3° W.I.B.'92, gezien in dit artikel een vrij ruime interpretatie wordt gehanteerd.
    Als voorbeeld op art. 182, 1° W.I.B. '92 kan gesteld worden dat het jaarlijks organiseren van een "opendeurdag" door een sport- of culturele vereniging om nieuwe leden aan te trekken hieronder ressorteert. Ook een jaarlijks feest met uitgebreid cafetaria voor een wijkorganisatie behoort hier tot de mogelijkheden. Sommige controlediensten hanteren, in tegenstelling tot het hierboven benadrukte, dat een jaarlijkse organisatie als "regelmatig" moet worden beschouwd. Dit kan o.i. niet omdat de controledienst dan met de commentaar van de administratie in conflict komt, nl. de beoordeling per belastbaar tijdperk.
  • Voor wat betreft de bepaling in het art. 182, 3°, W.I.B. '92 wordt in de parlementaire voorbereiding helemaal niets aangetroffen...
    Hier kan gesteld worden dat de administratie aanneemt dat de bedoelde vzw's een opdracht ten behoeve van het algemeen welzijn en nut uitvoeren en dit om hun maatschappelijk doel te realiseren. Dergelijke activiteiten moeten dan uitgeoefend worden onder één van de twee voorwaarden zijnde ofwel niet volgens handels- of nijverheidsmethoden gevoerd zijn ofwel volledig ondergeschikt zijn aan het maatschappelijk doel. Een voorbeeld hiervan is een abdij die zich voornamelijk en hoofdzakelijk toelegt op het beoefenen van het religieuze leven, maar ook inkomsten verwerft uit een kaasmakerij of een brouwerij om in het onderhoud van de gebouwen, bestemd voor de eredienst te voorzien.

U zult reeds begrepen hebben uit wat voorafgaat dat in veel gevallen de hele materie uiterst onduidelijk blijft en dat alles kan herleid worden tot een loutere feitenkwestie die afhankelijk is van de interpretatie die de ambtenaar, die de controle uitvoert op dat moment, aan de feiten geeft. Belangrijk in de hele materie is dat de vzw zich moet organiseren rond een ideëel hoofddoel en niet rond een zuiver commercieel doel.

Vroeger had de belastingsadministratie het zeer moeilijk om de vzw in de vennootschapsbelasting aan te slaan. Dit was zeker het geval indien de vzw kon aantonen dat de inkomsten uit een bijkomende activiteit noodzakelijk waren voor de realisatie van het ideëel hoofddoel en de vzw bovendien over een correcte en bewijskrachtige boekhouding beschiktte.


Weliswaar en gedeeltelijk terecht wordt de administratie meer en meer wantrouwig t.o.v. vzw's, omdat in sommige gevallen handige jongens misbruik maken van de vzw-structuur omwille van het gunstig fiscaal regime. De laatste jaren zijn er dan ook meer en meer vzw's die gecontroleerd worden en die volgens de belastingsadministratie thuishoren in de vennootschapsbelastingen. Het aantal recente rechtsspraken is hier getuige van.


Het is o.i. dan ook de taak van de beleidsverantwoordelijken in de vzw's om mee te helpen het echte verenigingsleven proper te houden.

3. belasting over de toegevoegde waarde

Allereerst moet worden nagegaan of de vzw een BTW-belastingplichtige is of niet.
Artikel 4, § 1 W.BTW stelt dat als BTW-belastingplichtige moet aangemerkt worden: "Eenieder die in de uitoefening van een economische activiteit geregeld en zelfstandig, met of zonder winstoogmerk, hoofdzakelijk of aanvullend, leveringen van goederen en diensten verricht die in het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zijn omschreven, ongeacht op welke plaats de economische activiteit wordt uitgeoefend".
Lezen wij dit artikel grondig, dan vallen volgende begrippen onmiddellijk op:

  • eenieder: zowel fysische personen als rechtspersonen, dus ook de vzw
  • geregeld: bij herhaling en doorlopend
  • zelfstandig: op regelmatige tijdstippen en ook als vzw daar deze verenigingsvorm een aparte juridische entiteit betreft
  • met of zonder winstoogmerk: vanaf het ogenblik dat goederen en/of diensten verhandeld en/of verleend worden
  • hoofdzakelijk of aanvullend: ook al is de economische bedrijvigheid aanvullend t.o.v. het statutaire doel

Uiteraard moet hier gesteld worden dat verenigingen die geen leveringen doen of geen diensten verrichten ook niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige bezitten en bijgevolg niet over een BTW-nummer moeten beschikken.
De hoedanigheid van BTW-belastingplichtige wordt evenmin toegekend aan verenigingen die ressorteren onder art. 44 W.BTW.
Een vereniging kan daarentegen wel als BTW-belastingplichtige geregistreerd worden, zonder dat hij daarvoor BTW-aangiften moet indienen. Dit zal het geval zijn voor een vereniging die activiteiten ontwikkelt waarvoor een BTW-nummer vereist is. Als de omzet van dergelijke vereniging op jaarbasis (= totaal van alle ontvangsten) kleiner is dan 25.000 Euro, heeft de vereniging de mogelijkheid om bij het desbetreffend controlekantoor te opteren voor de vrijstellingsregeling. Dit houdt evenwel in dat als de vzw op zeker ogenblik, in de loop van het boekjaar, toch de grens van 25.000 Euro overschrijdt, zij vanaf dat ogenblik verplicht is om BTW-aangiftes in te dienen. De verrichtingen van de voorgaande kwartalen komen evenwel niet meer in aanmerking qua aftrek van BTW.
Wie nu zou denken dat bij het lezen van de vrijstellingen van art. 44 W.BTW de oplossing van zijn probleem in zicht is, heeft buiten de waard gerekend. Art. 44 W.BTW moet eerder aanzien worden als een richtlijn dan als een oplossing.

enkele voorbeelden:

Vervoer van zieken en gewonden:
Het vervoer van zieken en gewonden lijkt bij lezing van het W.BTW te zijn vrijgesteld van BTW. Wat niet in de wet staat, is dat het moet gaan om het vervoer van zieken en gewonden met daartoe speciaal uitgeruste voertuigen. De bepaling omtrent "daartoe speciaal uitgeruste voertuigen" is dan weer terug te vinden in het W.I.B. (wetboek Inkomstenbelastingen), want deze ambulancevoertuigen zijn vrijgesteld van verkeersbelastingen. Om vrijgesteld te zijn van deze verkeersbelastingen zal de Administratie der Directe Belastingen eerst een aanslag vestigen. Daartegen moet de ambulancedienst een bezwaarschrift indienen en moet hij bij het dossier ook de nodige foto's met de nummerplaten en de binneninrichting meesturen.

Instellingen inzake lichamelijke opvoeding en sport:
Deze instellingen zijn vrij van BTW als het verenigingen of instellingen zijn die geen winst beogen en als de personen die aanwezig zijn er komen om aan lichamelijke opvoeding of sport te doen.
Dit houdt in dat een handelsvennootschap niet van deze vrijstelling kan genieten. Terzelfdertijd stelt de wetgever dat, indien in de instelling personen aanwezig zijn die niet aan sport doen, zij wel een BTW-nummer moet hebben. Dit kan niet wanneer aan deze personen geen inkomgeld is gevraagd. Wordt wel een inkomgeld gevraagd, dan wordt de vereniging een BTW-plichtige vereniging.

Als aan de toeschouwers geen inkomgeld wordt gevraagd, maar als de vereniging beschikt over een cafetaria waar deze toeschouwers een verfrissing kunnen gebruiken, dan wordt de vereniging beschouwd als een gemengde BTW-plichtige vzw, m.a.w. zij is vrijgesteld van BTW-aangiften voor wat de sport betreft, maar zij is niet vrijgesteld voor wat de activiteiten van de cafetaria betreft.

Neem nu een voetbalvereniging die geen inkomgeld vraagt aan de toeschouwersen zijn inkomsten uit de bijkomende handelsdaden genereert uit reclamepanelen rond het terrein en boven de tribune, dan wordt deze vereniging opnieuw BTW-belastingplichtige, maar dan voor het sportgedeelte, omdat verkoop van publiciteit een dienst is die aan de BTW is onderworpen. Wanneer nu de inkomsten uit reclamepanelen veel lager zouden zijn dan de inkomsten uit lidgelden die de spelers betalen, dan zou moeten gesteld worden dat vanuit het gekende, binnen de BTW-administratie gevoerde "adagium accessorium sequitur principale" (of "de bijzaak volgt de hoofdzaak") de vereniging weer vrijgesteld is van BTW.

Wij raden de lezer aan dit "sportstukje" aandachtig te herlezen. Wij schetsten deze situaties enkel maar om aan te tonen dat de veelal gehoorde uitdrukking: "In onze omgeving is er een vereniging die ook aan onze sport doet en die heeft geen BTW-nummer" niet als richtlijn mag worden beschouwd, gezien elke situatie op zich en voor zich moet bekeken worden.

4. taks tot vergoeding van de successierechten

Jaarlijks dient de vzw aangifte te doen op het Registratiekantoor van zijn roerende en onroerende goederen die hij per 1 januari van het aanslagjaar bezit.
Deze taks (0,17%) is volgens het wetboek op de Successierechten (W.Succ.) verschuldigd op het geheel van de bezittingen van de vzw, zonder aftrekking der lasten te rekenen vanaf de 1ste januari die op de oprichtingsdatum volgt. (Art. 147-150 W.Succ).


Het begrip 'geheel van de bezittingen' slaat op de lichamelijke en onlichamelijke goederen. Hieruit kan worden afgeleid dat ook erfpacht en opstalrecht onder deze aangifte valt. Als de vzw daarentegen een onroerend goed zou huren, dan valt dit onroerend goed niet onder deze wetgeving gezien de vzw niet over een zakelijk recht op dit goed beschikt.

Een verzekeringsportefeuille die beheerd wordt door bv. een kloostergemeenschap voor al haar kloosters in binnen- en buitenland, valt onder deze wetgeving.

In antwoord op een parlementaire vraag antwoordde de Minister dat het in de bedoeling van de wetgever lag enkel die goederen van de vereniging te belasten die van blijvende en duurzame aard waren. De liquiditeiten of het bedrijfskapitaal die normaal bestemd zijn om de werking van een vereniging in het komende jaar te verzekeren, zijn van de belasting vrijgesteld. (Parl. Vr. 21.12.1982, nr. 336, Senator De Bock).

Om de waarde van effecten en waardepapieren exact te kunnen opgeven, moet rekening gehouden worden met de slotkoersen  die beschikbaar zijn in de gespecialiseerde pers of via gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen.

Voor kleine verenigingen kan deze taks samengevat worden in het aangeven van de investeringen en de bankrekeningen (termijnrekeningen) op meer dan één jaar.
Indien het aldus bekomen vermogen minder is dan 25.000 Euro, dan kan de vereniging het strookje onderaan het aangifteformulier invullen en terugsturen naar de bevoegde administratie. Heeft de vereniging het schrijven van de administratie niet ontvangen, dan doet zij er best aan zelf een schrijven te richten tot de administratie met de mededeling dat haar vermogen minder is dan 25.000 Euro, en zij bijgevolg geen belasting hoeft te betalen.

Is het vermogen van de vereniging hoger dan 25.000 Euro, maar is de taks lager dan 500 Euro, dan moet de vzw een formulier afhalen op het registratiekantoor van de plaats waar zijn maatschappelijke zetel is gevestigd, en kan zij een aangifte invullen voor de komende drie jaar. Er dient evenwel rekening gehouden te worden met het feit dat indien het vermogen van de vzw in de loop van deze drie jaar wijzigt, hij er zich ook toe verbindt de administratie hiervan in kennis te stellen.

Als de vzw evenwel over een vermogen beschikt dat groter is dan 25.000 Euro en wanneer de taks hoger is dan 500 Euro, dan is de vzw verplicht jaarlijks een aangifte op een daartoe bestemd formulier in te dienen. De aangifte moet ingediend zijn en de verschuldigde taks moet betaald zijn vóór 31 maart.

HOE KUNNEN WIJ U HIERBIJ HELPEN?

Deze diensten worden aangeboden door de vzw VSDC-fb (BIBF-nummer : 70029653).

  • FISCAAL ADVIES (in het lidgeld inbegrepen)
    Als lid kunnen wij u een perfect advies geven over alle fiscale domeinen die de vzw-wereld aanbelangen. Zowel op het vlak van de directe belasting (problematiek: rechtspersonenbelasting versus vennootschapsbelasting) als op het vlak van de BTW hebben wij een vrij uitgebreide ervaring en kennis in huis om u te begeleiden in deze complexe en ingewikkelde materie. Vergeet ook niet dat de "Jaarlijkse taks op de vzw" tot onze adviesexpertise behoort.
  • ADVIES INZAKE BTW-PLICHTIGHEID (in het lidgeld inbegrepen)
    Zit u met de vraag of uw vzw al dan niet een BTW-nummer nodig heeft, dan kan u in onze burelen een afspraak maken met één van onze specialisten. Op maat van uw vereniging en na kennis te hebben genomen van de exacte "bijkomende handelsdaden", kunnen wij u adviseren of uw vereniging al dan niet een BTW-nummer nodig heeft. Ook adviseren wij u in verband met handelingen die u verricht met het buitenland (in- en uitvoer naar niet-Europese landen) of als uw vzw intracommunautaire handelingen verricht (hiermee bedoelen wij "handelingen met landen in de Europese Unie").
  • FISCALE VERDEDIGING DIRECTE BELASTINGEN (niet in het lidgeld inbegrepen)
    Indien VSDC-fb uw boekhouding verwerkt, zullen wij niet nalaten ook op de belastingcontrole aanwezig te zijn en de verdediging van uw dossier te behartigen. In steeds meer gevallen is de controle er op uit om de vzw's aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen, daar waar in principe de rechtspersonenbelasting van toepassing is. De ervaring van VSDC-fb terzake is een synoniem voor een kwaliteitsvolle discussie met de fiscale administratie. Voor verenigingen die zelf hun boekhouding verwerken, kunnen wij eventueel ook aanwezig zijn bij de verdediging van het fiscaal dossier. Het volstaat hieromtrent met ons contact op te nemen zodat wij in een uitgebreid gesprek de geplande en aangekondigde controle kunnen voorbereiden.
  • FISCALE VERDEDIGING BTW (niet in het lidgeld inbegrepen)
    BTW is één van de moeilijkste zaken in de vzw-wereld. Naast de in het BTW-wetboek voorziene vrijstellingen zijn er ontelbare administratieve beslissingen die voor de uitzondering op de regel zorgen. Ook hier kan VSDC-fb uw vzw en haar fiscaal dossier verdedigen. Wel willen wij u op voorhand stellen dat een tijdige aanvraag hieromtrent een gouden regel is.

Voor meer informatie kunt u terecht bij de mensen van onze boekhoudkundige dienst.