Grondwettelijk Hof vernietigt regeling rond onbelast bijverdienen

Het Grondwettelijk Hof heeft vandaag de bijkluswet vernietigd die tot 6.340 euro per jaar (index 2020) onbelast bijverdienen mogelijk maakte.

 

Het ‘bijklussen’ bestond uit drie pijlers:

 

- Deelplatformen: dit omvat de activiteit die particulieren verrichten voor door de overheid erkende deelplatformen.

- Diensten van particulieren aan particulieren.

- Diensten van particulieren aan verenigingen (verenigingswerk).

 

Het verenigingswerk was een nieuw statuut tussen betaalde arbeid en vrijwilligerswerk, waardoor een particulier onbelast kon worden vergoed voor het uitvoeren van bepaalde taken in heel wat verenigingen. De inkomsten binnen deze drie pijlers samen mochten niet meer dan 6.340 euro per jaar bedragen.

 

Het stelsel zorgde reeds van bij de invoering ervan voor de nodige controverse: verschillende beroepsorganisaties en vakbonden waren meteen tegen de regeling naar het Grondwettelijk Hof gestapt en halen nu hun gram.

 

Het Hof is nu van oordeel dat de regeling op verschillende punten in strijd is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie. Bijklussers oefenen namelijk activiteiten uit in het kader van het onbelast bijverdienen, net zoals werknemers of zelfstandigen dit doen. Het is niet redelijk verantwoord dat bijklussers, werknemers en zelfstandigen zeer verschillend behandeld worden wat betreft de toepassing van de arbeidswetgeving, het sociale zekerheidsstelsel en de fiscaliteit.

 

Het systeem blijft wel nog overeind voor prestaties geleverd tot en met 31 december 2020. De lopende overeenkomsten inzake verenigingswerk kunnen dus nog worden uitgevoerd en vergoed, uiteraard binnen de maxima uit de vernietigde wet. 

 

VSDC vzw heeft er steeds op gewezen om niet overhaast te werk te gaan bij het invoeren van het verenigingswerk. De wet legde bijvoorbeeld op dat uw vzw een beleid moest uitstippelen ter bevordering van het welzijn van de ingezette verenigingswerkers en ter preventie van de risico’s tijdens de uitvoering van het verenigingswerk. De verenigingswerker moest taken verrichten conform de instructies vanuit de organisatie. Met het oog op deze zaken zou de Koning de nodige richtlijnen uitvaardigen. Er zijn echter nooit Koninklijke Besluiten verschenen.

 

Het systeem op een zorgvuldige manier uitrollen was helemaal niet evident en nu dus ook niet meer mogelijk.