FAQ

Opteren voor de vrijstellingsregeling houdt niet in dat de vzw van alle BTW-formaliteiten vrijgesteld is. Volgende verplichtingen moeten gerespecteerd blijven :

  • BTW-nummer hebben/aanvragen, maar opteren voor de vrijstellingsregeling;
  • vóór 31 maart van elk jaar een klantenlisting indienen met vermelding van het totaalbedrag van de omzet uit BTW-plichtige activiteiten gerealiseerd in het voorgaande jaar, er hoeft geen listing ingediend te worden indien de jaarlijkse omzet per klant niet meer dan 250 euro bedraagt;
  • in voorkomend geval een intracommunautaire listing indienen;
  • in voorkomend geval een bijzondere BTW-aangifte indienen;
  • facturen (of als zodanig geldende stukken) opmaken volgens dezelfde regels die gelden voor andere BTW-plichtigen, weliswaar zonder BTW in rekening te brengen maar met de volgende vermelding: "Bijzondere vrijstellingsregeling kleine ondernemingen".

Een BTW-plichtige vzw die overstapt naar de vrijstellingsregeling zal een herziening van de afgetrokken BTW op bedrijfsmiddelen moeten doorvoeren. Dit kan nadelig zijn waardoor het voor sommige vzw’s beter is om niet te opteren voor de vrijstellingsregeling.


Indien de BTW-plichtige omzet van de vzw tijdens het voorbije kalenderjaar niet meer bedroeg dan 25.000 Euro, dan zal de vzw automatisch aan de vrijstellingsregeling onderworpen worden vanaf 1 juli van het volgend jaar. De vzw die niet wenst te opteren voor de vrijstellingsregeling moet dit vóór 1 juni melden bij het BTW-controlekantoor.


Indien de vzw daarentegen al vanaf 1 januari (i.p.v. 1 juli) wenst te genieten van de vrijstellingsregeling dan moet de vzw hiertoe een aanvraag doen bij het BTW-controlekantoor in de loop van het laatste kwartaal van het voorbije jaar en zeker vóór 15 december.